Wat betekent dit?
Dit hoofdstuk gaat nader in op een aantal aspecten zoals risicostapeling en domino-effecten die vaak meerdere thema's raken. Vervolgens staan we stil bij de veerkracht van burgers en het belang van het netwerk. Daarna volgt op hoofdlijnen de mogelijke beheersmaatregelen en het dilemma dat daarbij speelt. Vervolgens wordt het verband tussen dit risicoprofiel en de verschillende mogelijke inzetvarianten van de regionale crisisorganisatie besproken. Tenslotte een vertaalslag van het risicoprofiel naar bouwstenen voor de toekomstgerichte crisisbeheersing in de (beleidsplan)periode 2025-2028.
Risicostapeling en domino-effecten
Het in hoofdstuk 3 weergegeven risicoprofiel met in totaal 22 verschillende incidenttypen zou de indruk kunnen wekken dat elk incidenttype op zichzelf staat. We hebben de afgelopen jaren echter ervaren dat onze maatschappij dusdanig complex en onvoorspelbaar is geworden, dat allerlei risico’s zich kunnen vermengen. Zo kunnen als het ware kettingreacties optreden waardoor nieuwe incidenten of crises ontstaan.
Een paar voorbeelden om dit te illustreren:
- Tijdens langdurige droogte kunnen, naast allerlei effecten als natuurbranden, blauwalg en zorgcontinuïteitsvraagstukken door hitte, de primaire waterkeringen zo kwetsbaar worden dat de waterschappen zich samen met de veiligheidsregio’s voorbereiden op een dijkdoorbraak;
- Bij een brand met langdurige rookoverlast in een woonwijk waar al veel onrust heerst, ontstaan grimmige protestacties tegen de lokale overheid die deze situatie in de ogen van de bewoners had moeten voorkomen. Verdere escalatie ligt op de loer;
- Tijdens een zware storm raken belangrijke onderdelen van het elektriciteitsnetwerk zwaar beschadigd en valt uiteindelijk in een groot gebied ook nog eens de elektriciteit uit.
Veerkracht van burgers
We spreken van veerkracht wanneer mensen samenwerken om een bedreigende situatie het hoofd te bieden en te werken aan herstel. Veerkracht kan het verschil maken in het verloop van een incident, ramp of crisis. Netwerken van vrijwilligers kunnen zich (spontaan) mobiliseren bij rampen en crises, bijvoorbeeld in het verzamelen van hulpgoederen, ondersteunen van hulpverleners of bijdragen aan voorlichtingsactiviteiten. Een hoge mate van sociale cohesie en vertrouwen in de overheid en omgeving stimuleert het ontstaan en behoud van dergelijke netwerken. Burgers helpen zichzelf en elkaar en daarom moeten we de kracht van maatschappelijke veerkracht niet onderschatten maar juist ondersteunen en gebruik van maken. Door dit soort netwerken te kennen, te faciliteren en mee samen te werken, draagt dit bij aan herstel van de situatie maar ook aan het voorkomen van verdere escalatie.
Netwerken in voorbereiding op crises
Het opzetten en onderhouden van sterke netwerken voor crisisbeheersing is essentieel om een effectieve respons op noodsituaties te waarborgen. Dit vraagt om kennis van elkaars organisatie, weten wat van elkaar verwacht kan worden en het delen van informatie. Door te investeren in huidige netwerken en het opbouwen van nieuwe netwerken, kunnen betrokken partijen sneller en effectiever reageren op noodsituaties.
Beheersmaatregelen, balans tussen voorbereiding en veerkracht
Met beheersmaatregelen bedoelen we in dit document de maatregelen die de veiligheidsregio ter voorbereiding samen met netwerkpartners kan uitvoeren om de omvang en effecten van een incident, ramp of crisis te beperken. De klassieke voorbereiding op een mogelijk incident, ramp of crisis bestaat uit het, vaak samen met partners, opstellen van een plan waarin diverse scenario’s met bijbehorende mogelijke acties zijn uitgewerkt.
We hebben de afgelopen jaren echter geleerd dat het verloop van incidenten, rampen en crises nauwelijks te voorspellen is. Uitgebreide planvorming met volledige scenario’s inclusief maatregelen kunnen zelfs leiden tot een vorm van tunnelvisie. Het risico bestaat dat crisisteams als het ware zoeken naar de bevestiging van wat er in de planvorming staat en daarmee onvoldoende oog hebben voor de eerste signalen van risico-stapeling of domino-effecten.
Dit betekent dat er bij het inzetten van beheersmaatregelen, zoals planvorming en oefenen, een goede balans dient te zijn tussen voorbereiding en veerkracht. Met veerkracht bedoelen we hier dat de regionale crisisteams in staat zijn te doorgronden wat er breed speelt (ook bijvoorbeeld op maatschappelijke onrust) en welke partijen hierbij betrokken moeten worden. En door improvisatie en flexibiliteit tot de meest effectieve crisisaanpak komen.
Voor bepaalde situaties loont het om een basisscenario en eerste acties uit te werken en te beoefenen, we denken dan bijvoorbeeld aan de eerste uren na een grootschalige stroomuitval. Daarnaast is het minstens even belangrijk om dezelfde crisisteams voor te bereiden op omgaan met het onvoorspelbare en onzekerheden. Als de basisprocessen Leiding & Coördinatie, Informatiemanagement en Crisiscommunicatie robuust georganiseerd zijn en soepel functioneren, krijgen de crisisteams meer ruimte om mogelijke domino-effecten te signaleren. Ook kan er dan nagedacht worden over welke partnerorganisaties betrokken moeten worden en hoe we die samenwerking het beste vormgeven. De regionale crisisorganisatie kan hierbij in belangrijke mate ondersteund worden door een veiligheidsbeeld dat bestaat uit actuele, historische- en toekomstige informatie op alle relevante risico thema’s.
Veiligheids Informatie Knooppunt (VIK)
Het VIK heeft als doel: het in kaart brengen van kwetsbaarheden, analyseren van dreigingen en signaleren van trends en ontwikkelingen van verschillende soorten veiligheid. De veiligheidsregio’s zijn hiervoor in 2024 allemaal gestart met het inrichten van een VIK. De ontwikkeling van het VIK is van belang om risico’s vroegtijdig te signaleren en juist ook te kijken naar de risicostapeling en effecten daarvan in de maatschappij. Het veiligheidsinformatieknooppunt omvat het (in)richten van mensen, middelen en processen.
De menskant is in 2024 ingericht door middel van medewerkers crisisbeheersing (VIK-ers) die informatie verzamelen maar vooral ook duiden. In 2024/2025 wordt verder gewerkt aan de processen en systemen. Er zijn samenwerkingsprocessen ingericht met partners en de meldkamer om elkaar snel en goed te informeren en duiding te geven aan de informatie. Tenslotte zijn er middelen nodig, in bijvoorbeeld systemen, waarbij de crisisorganisatie over programma's en technieken beschikt om risico's te kunnen stapelen. Er wordt onder andere via het programma KCR2, waar de VIK's op aansluiten en nauw mee samenwerken, allerlei geografische kaarten ontsloten, op thema's uit het RRP, naar de veiligheidsregio. Hiermee kan optimaal en visueel risicostapeling vormgegeven worden over de thema's heen. De veerkracht van de regionale crisisorganisatie kan hiermee optimaal worden ondersteund.
De VIK’s werken bovenregionaal en landelijk samen en gaan ook steeds meer informatie uitwisselen met Ministeries en andere landelijke partners. Dit is noodzakelijk omdat veel rampen en crisis een steeds meer bovenregionale of landelijke impact hebben. Een accuraat en tijdig gemeenschappelijk (landelijk) beeld is dan cruciaal voor het nemen van de juiste beslissingen en treffen van passende maatregelen.
Mogelijk inzetvarianten van de regionale crisisorganisatie bij incidenten en crises
Het daadwerkelijk plaatsvinden van een incident, ramp of crisis uit dit regionale risicoprofiel betekent niet altijd automatisch dat de regionale crisisorganisatie van VrZW ‘in the lead’ is, of dat de volledige crisisstructuur geactiveerd zal dienen te worden. We voeren namelijk een crisisdiagnose uit waarbij we de risico’s inventariseren en de mogelijke taken voor de regionale crisisorganisatie onderzoeken. Vervolgens bepalen we de meest passende vorm van de regionale crisisorganisatie.
Bij de meer klassieke situaties zoals grote branden, ongevallen met veel slachtoffers, explosies etc. worden vrijwel alle besluiten binnen de structuur van de regionale crisisorganisatie (na GRIP-opschaling) genomen. Dit onder eindverantwoordelijkheid van de betreffende burgemeester of voorzitter veiligheidsregio.
Daarnaast hebben we geregeld te maken met incidenttypes waarbij de belangrijkste besluiten in de zogenaamde ‘functionele ketens’ door of namens de rijksoverheid worden genomen. Denk hierbij aan grootschalige stroomuitval, infectieziekte uitbraak of een dijkdoorbraak. De effecten van die besluiten treden dan echter wel in onze regio op, en vragen om inzet van de regionale crisisorganisatie. Daarbij is informatie-uitwisseling en afstemming binnen het netwerk met alle bovenregionale- of rijkspartners van cruciaal belang is.
Verder ontstaan er regelmatig incidenten die in de basis lokaal door de gemeente opgepakt worden, dus zonder formele opschaling van de regionale crisisorganisatie. Afhankelijk van aspecten als beschikbare lokale capaciteit en specifiek benodigde expertise, kan een gemeente een hulpvraag stellen aan de veiligheidsregio. Daarbij kunnen onderdelen van de regionale crisisorganisatie geactiveerd worden ten dienste van de lokale aanpak onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het leveren van een crisismanager (leiding & coördinatie) of het organiseren van informatie-uitwisseling en periodieke beeldvorming (informatiemanagement).
Wat is de opgave voor de toekomstige crisisbeheersing 2025-2028?
Samenvattend zijn op basis van de ontwikkelingen, het overzicht regionaal risicoprofiel en de nadere duiding in dit hoofdstuk, de volgende punten van belang bij het verder vormgeven van de toekomstgerichte crisisbeheersing in de periode 2025-2028:
- Doorontwikkelen regionale 24/7 informatiepositie in samenhang met buurregio’s en Rijkspartners binnen het Veiligheids Informatie Knooppunt (VIK);
- Versterken van de netwerksamenwerking en bewustwording van keteneffecten, met bekende en nieuwe veiligheidspartners;
- Voor de regionale crisisorganisatie: bewaken van de balans tussen
- Planvorming en hier periodiek mee oefenen (samengevat: voorbereiding) en
- Versterken van improvisatievermogen en samenwerken in netwerken (veerkracht);
- Participeren in bovenregionale en landelijke samenwerking van veiligheidsregio’s.
Deze punten zijn in lijn met de landelijke agenda crisisbeheersing en van belang om meegenomen te worden in het regionaal beleidsplan.