6.Analyse en bevindingen
De zorgaanbieders hebben zorgvuldig de diverse scenario’s beoordeeld op hun potentieel om de zorgcontinuïteit te verstoren, met behulp van een risicomatrix waarin twee kernvariabelen centraal stonden: ‘kans’ en ‘impact’.
De beoordeling richtte zich zowel op de waarschijnlijkheid dat een scenario zich zou voordoen als op de ernst van de gevolgen voor de zorgcontinuïteit.
Bij het vaststellen van de kans hebben de zorgaanbieders de frequentie van mogelijke incidenten ingeschat. In sommige gevallen was dit direct af te leiden uit het scenario, terwijl in andere gevallen een schatting vereist was, bijvoorbeeld door eerdere incidenten te analyseren. De verschillende kans categorieën worden weergegeven in tabel 3.
Bij het bepalen van de impact werd de hersteltijd als primair criterium genomen: de tijd die nodig is om zorgprocessen volledig te herstellen tot het niveau van vóór het incident. De ernst van de impact werd vervolgens gecategoriseerd op basis van deze hersteltijden, zoals weergegeven in tabel 3.
|
Kans |
Impact |
||
|
Veelvuldig |
Meerdere keren per jaar |
catastrofaal |
> 1 week |
|
Jaarlijks |
Eens per jaar |
zeer ernstig |
> 4 dagen < 7 dagen |
|
Regelmatig |
Eens in de 2 tot 10 jaar |
ernstig |
> 1 dag < 3 dagen |
|
Soms |
Eens in de 10 tot 50 jaar |
beperkt |
< 1 dag |
|
Zelden |
Eens in de 50+ jaar |
geen |
- |
Na de beoordeling van alle scenario’s is, op basis van de door de zorgaanbieders ingevulde risicomatrices, een risicoscore berekend. Aan zowel kans als impact werd een score van 1 tot 5 toegekend, waarbij de hoogste kans (‘veelvuldig’) en de zwaarste impact (‘catastrofaal’) beide de score 5 kregen. De uiteindelijke risicoscore per incident werd bepaald door kans en impact te vermenigvuldigen, met een maximumscore van 25 per scenario.
Voor elk scenario werd vervolgens de gemiddelde risicoscore berekend en de scenario’s werden gerangschikt op risicogrootte. Deze rangschikking is weergegeven in tabel 2 en voorzien van een kleurcodering: groen geeft aan dat het risico geen onmiddellijke aandacht vereist, terwijl geel aangeeft dat er wel aandacht nodig is, maar dat er tijd is voor een optimale voorbereiding zonder noodzaak tot directe actie (tabel 4).
Bij de beoordeling van een crisis is gebleken dat de specifieke oorzaak vaak van secundair belang is; de focus ligt voornamelijk op de gevolgen. De impact van een crisis resulteert vrijwel altijd in een versterking van een van de acht disbalansen binnen de zorg. Of de crisis nu veroorzaakt wordt door een natuurramp, cyberaanval, pandemie of een andere verstoring, de uitkomsten leiden doorgaans tot verstoorde zorgprocessen, zoals personeelstekorten, beperkte toegang tot zorg of overbelasting van acute zorgdiensten.
Het essentiële doel van crisisplannen is daarom niet primair gericht op het voorkomen van een specifieke oorzaak, maar op het anticiperen op de gevolgen die verstoringen veroorzaken binnen de bestaande disbalansen. Of het nu gaat om vraag en aanbod, personeelscapaciteit of regionale verschillen in zorgvoorzieningen, de prioriteit ligt bij het beperken van de impact op de zorgcontinuïteit, ongeacht de aard van de crisis.
| Incidenttype | |
| 1 | Uitval elektriciteitsvoorziening - fase 1 (<2 uur) |
| 2 | Absoluut of relatief tekort aan geneesmiddelen |
| 3 | Vollopen van een polder / dijkdoorbraak |
| 4 | Uitval voorzieningen voor spraak- en datacommunicatie |
| 5 | Ziektegolf besmettelijke ziekte |
| 6 | Hitte golf |
| 7 | (Vitale) Systemen worden gehackt |
| 8 | Uitval drinkwatervoorziening |
| 9 | Verstoring vervoer-, verkeers- en mobiliteitsnetwerk |
| 10 | Grote brand in gebouwen met niet of verminderd zelfredzame personen |