4.Omgevingsbeeld en ontwikkelingen
De GHOR werkt samen met zorgpartijen aan veiligheid en risicobeheersing in de regio Zaanstreek-Waterland. Ontwikkelingen als klimaatverandering, verstedelijking en digitalisering stellen de regio voor nieuwe uitdagingen, die gezamenlijke inspanning en aanpassing vragen.
Omgevingsbeeld veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland
Nederland kent 25 veiligheidsregio's, elk een gebied waarin gemeenten en hulpverleningsdiensten samenwerken om de veiligheid te bevorderen. De regio Zaanstreek-Waterland omvat zeven gemeenten die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor rampenbestrijding, crisisbeheersing, risicomanagement, brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening en de gemeenschappelijke meldkamer. De burgemeesters van deze gemeenten vormen het Algemeen Bestuur (AB) van de veiligheidsregio. Het doel is een regio met minder incidenten, slachtoffers en schade, waar inwoners zich veilig voelen. Dit bereiken we door nauwe samenwerking met gemeenten, partners, organisaties en de inwoners zelf. Alleen door gezamenlijke inspanningen kunnen we effectief incidenten voorkomen en bestrijden.
De veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland is één van de vier veiligheidsregio’s binnen de provincie Noord-Holland. Deze regio omvat de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad, met een totale oppervlakte van 347,9 km² en op 1 januari 2023 een inwonersaantal van 346.016. Een aanzienlijk deel van dit gebied ligt op of net onder zeeniveau, en het poldergebied de Beemster staat op de werelderfgoedlijst. Rondom Zaanstad en Purmerend is sprake van snelle verstedelijking door de oprukkende Randstad. De regio heeft bovendien enkele belangrijke toeristische trekpleisters, zoals de Zaanse Schans, Edam-Volendam en het schiereiland Marken. Recreatie op het Markermeer, met name zeilen, is eveneens van grote betekenis voor de regio.
Ontwikkeling in de fysieke en sociale leefomgeving
Er zijn actuele maatschappelijke ontwikkelingen in zowel de fysieke als sociale leefomgeving die de interpretatie van verzamelde gegevens beïnvloeden. Deze ontwikkelingen zijn cruciaal voor het begrijpen van risico's binnen de zorg, infrastructuur en crisisbeheersing. Belangrijke factoren zijn klimaatverandering en energietransitie, die directe effecten hebben op leefomstandigheden. Tegelijkertijd zorgen demografische veranderingen, zoals vergrijzing en extramuralisatie, voor toenemende druk op zorgsystemen. Digitalisering biedt kansen, maar brengt ook risico's zoals cyberaanvallen met zich mee. Polarisatie en radicalisering versterken sociale spanningen, terwijl sluimerende crises, zoals bijvoorbeeld klimaatveranderingen een langdurige inzet vereisen. Al deze factoren vragen om constante waakzaamheid en aanpassing van de crisisorganisatie in de zorginstellingen.
Klimaat verandering
Klimaat verandering leidt tot extremer en minder voorspelbaar weer, wat ook in Nederland steeds zichtbaarder wordt. We ervaren vaker hittegolven en minder strenge winters, extreem weer is niet langer een uitzondering. Het KNMI schetst in het Klimaatsignaal 2021 belangrijke toekomstige ontwikkelingen:
- Een grotere kans op hoogwater in de winter en laagwater in de zomer.
- Toenemende droogte in het voorjaar, de zomer en het najaar.
- Meer langdurige extreme weersituaties, zoals periodes van aanhoudende droogte, regen, hitte of kou.
- Steeds heftigere buien, waarbij ook het risico op valwinden toeneemt.
- Steden worden warmer en krijgen te maken met zowel extreme neerslag als droogte, wat nieuwe uitdagingen voor stedelijke gebieden creëert.
Energietransitie
De energietransitie betreft de verschuiving van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen. Fossiele brandstoffen zoals steenkool, aardolie en aardgas dragen niet alleen bij aan de uitstoot van broeikasgassen, maar raken op de lange termijn ook uitgeput. Hernieuwbare energie, zoals wind-, zonne-energie, aardwarmte en waterkracht, biedt een duurzamer alternatief en leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen. Hoewel de voordelen duidelijk zijn, blijven de risico's van deze transitie, evenals de beheersing ervan, nog in ontwikkeling.
Extramuralisatie en vergrijzing
Door extramuralisatie (het streven om zorg buiten intramurale instellingen te verlenen, bijvoorbeeld thuis) en de toenemende vergrijzing, zullen steeds meer mensen, waaronder ouderen, afhankelijk zijn van zorg aan huis. Dit stelt nieuwe eisen aan de veiligheid van woningen, aangezien deze lagere normen hebben dan zorgaanbieders, zoals beschreven in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Bij een crisis zijn deze mensen vaak minder zelfredzaam, wat extra risico’s met zich meebrengt.
Digitalisering
De verdergaande digitalisering brengt een toenemend risico op digitale verstoringen, die potentieel kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Naar verwachting zullen dergelijke verstoringen in frequentie toenemen, met mogelijk grote gevolgen voor de stabiliteit van vitale sectoren. De razendsnelle ontwikkeling van technologische innovaties, met name op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI), biedt enorme kansen, maar introduceert ook nieuwe risico’s. Deze omvatten ethische dilemma’s en cybersecuritydreigingen, die de werking van vitale systemen en de besluitvorming tijdens crises kunnen verstoren. Het is cruciaal om deze technologieën zorgvuldig te integreren in risicobeheersings- en crisisstrategieën.
Polarisatie en radicalisering
In een samenleving waar verschillen tussen groepen burgers steeds grotere tegenstellingen veroorzaken, kan polarisatie leiden tot radicalisering, wat spanningen in de maatschappij vergroot. Dit kan zich uiten in extremisme, zoals terrorisme, maar ook in groepen die de rechtsorde niet meer respecteren. De COVID-19-crisis illustreerde dit fenomeen met duidelijke polarisatie rondom kwesties als vaccinatie en wantrouwen richting de overheid, evenals een toename van agressie en geweld tegen zorgverleners. Andere voorbeelden zijn de conflicten rondom de stikstofmaatregelen en de bezorgdheid over 5G.
Creeping Crises
Creeping crises zijn sluimerende, voorziene of dreigende crises die vaak een langdurige inzet van de crisisbeheersingsorganisatie vereisen. De grootste uitdaging bij dit type crisis ligt in het waarborgen van de veerkracht en weerbaarheid van zowel de samenleving als de zorgaanbieders over langere tijd.
Terrorisme en Oorlogsdreiging
Terrorisme en oorlogsdreiging vormen een toenemend risico voor publieke veiligheid en stabiliteit. Internationale spanningen en extremistische groeperingen vergroten de kans op aanslagen en cyberaanvallen op kritieke infrastructuren, wat kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Ook kunnen internationale conflicten migratiestromen en economische verstoringen veroorzaken, waardoor de druk op hulpdiensten toeneemt. Samenwerking met nationale en internationale veiligheidsdiensten is essentieel om de weerbaarheid tegen deze dreigingen te versterken.
Volksgezondheid en pandemieën
De COVID-19-pandemie heeft de kwetsbaarheid van samenlevingen voor grootschalige gezondheidscrises duidelijk aangetoond. De opkomst van nieuwe infectieziekten, toenemende antimicrobiële resistentie en de kans op toekomstige pandemieën blijven aanzienlijke risicofactoren. Dit vereist versterkte samenwerking op het gebied van volksgezondheid, robuustere zorginfrastructuren en goed ontwikkelde pandemieplannen.
Voedselzekerheid en landbouw
Klimaatverandering, geopolitieke conflicten en economische verstoringen kunnen de voedselzekerheid ernstig beïnvloeden. Dit kan leiden tot sociale spanningen, met name in kwetsbare bevolkingsgroepen, en heeft directe gevolgen voor de volksgezondheid. Een goed voorbereid voedselbeleid is essentieel om deze risico’s te beperken.
Woningcrisis
De toenemende schaarste aan betaalbare woningen en de druk op de woningmarkt, vooral in stedelijke gebieden, vormen een diepgaand sociaal probleem. Dit raakt vooral kwetsbare groepen, zoals ouderen, starters en mensen met een lagere sociaaleconomische status, wat de sociale stabiliteit en cohesie onder druk zet.
Risicostapeling en het domino-effect
Risicostapeling
Risicostapeling verwijst naar het fenomeen waarbij meerdere risico's gelijktijdig optreden of elkaar versterken, wat de totale bedreiging complexer en moeilijker beheersbaar maakt. In de zorg- en crisisbeheersingscontext kan dit bijvoorbeeld betekenen dat verschillende risico’s, zoals personeelstekorten, pandemieën, cyberaanvallen en uitval van elektriciteit, tegelijkertijd plaatsvinden. Zo kan een stroomuitval in een zorgaanbieder, die de werking van vitale medische apparatuur en digitale systemen verstoort, verergeren wanneer dit samengaat met een pandemie of personeelscrisis.
De uitval van elektriciteit illustreert goed hoe risicostapeling kan leiden tot kettingreacties die de zorgcontinuïteit bedreigen. In dergelijke situaties kan juist nauwe samenwerking tussen verschillende zorgpartijen, zoals ziekenhuizen, huisartsenposten, ambulancediensten, bijdragen aan een oplossing. Door zorgaanbieders te verbinden en elkaars capaciteit, expertise en middelen te delen, kunnen zij beter omgaan met meerdere crises tegelijk. Samenwerking maakt het mogelijk om snel te schakelen, middelen efficiënter in te zetten en kwetsbare patiënten te beschermen, waardoor de impact van risicostapeling beter beheersbaar wordt. Dit onderstreept het belang van integrale crisisplannen die niet alleen de afzonderlijke risico’s aanpakken, maar ook de gezamenlijke kracht van de zorgketen benutten om de cumulatieve impact van meerdere verstoringen op te vangen.
Domino-effect
Het domino-effect verwijst naar een situatie waarin één enkele verstoring een reeks van andere problemen veroorzaakt, waarbij elk volgend probleem voortvloeit uit het eerste. Bijvoorbeeld in de apothekersbranche kan dit effect duidelijk zichtbaar worden bij een grootschalige IT-storing in de centrale apotheeksoftware die door meerdere zorgaanbieders wordt gebruikt.
Wanneer deze software uitvalt, verliezen apotheken onmiddellijk de toegang tot cruciale patiëntgegevens en medicatievoorschriften. Dit leidt tot vertragingen in de levering van geneesmiddelen aan ziekenhuizen, verpleeghuizen en huisartsenpraktijken. Voor patiënten die afhankelijk zijn van tijdige medicatietoediening, zoals diabetici of mensen met ernstige chronische aandoeningen, kan dit bijzonder risicovol zijn.
De verstoring strekt zich verder uit in de gehele zorgketen: artsen en verpleegkundigen worden belemmerd in hun werk doordat zij geen actuele informatie hebben over de voorgeschreven medicatie van patiënten, wat het risico op medicatiefouten aanzienlijk verhoogt. Hierdoor worden niet alleen de apotheken, maar ook andere zorgverleners ernstig getroffen, wat de continuïteit van zorg op grote schaal in gevaar brengt.
Dit voorbeeld van een IT-storing in de apotheeksoftware illustreert hoe een enkele technische verstoring kan uitgroeien tot een bredere crisis in de zorgsector. Het domino-effect maakt duidelijk dat problemen in één deel van het systeem zich snel kunnen verspreiden en ernstige gevolgen kunnen hebben voor de gehele zorgketen.